Dit voorbeeld LIJKT er niet op!

Pakistan


Ik ben nu drie keer in Pakistan geweest. De eerste keer twee weken, als onderdeel van een reis van Londen naar Kathmandu met Encounter Overland. De tweede keer een maand, als onderdeel van een reis van een half jaar, van Indonesië, Singapore, Maleisië, Thailand, Hongkong, China en Pakistan. De derde keer voor vier weken naar de bergen in het noorden.

Anekdote

Vanuit China kwam ik met een busje in Pakistan, over de Karakoram Highway via de Khunjerab pas (4780 mtr, de hoogste grensovergang ter wereld). De bergen zijn overweldigend. Naar mijn idee een stuk steiler dan de bergen in Nepal, en ongeveer net zo hoog. De K2 ligt een eind verderop, ook in Pakistan. Om de lucht te zien moet je je hoofd echt in je nek leggen, en dat tussen het wit-stralende sneeuw zie dan een diepblauwe lucht. De weg is met geweldig veel dynamiet door de Chinezen dwars door de bergen geblazen. In het midden ligt tussen de bergen een weidse vlakte, met hier en daar wat stukken sneeuw. Daar houdt het Chinese gedeelte van de weg op, en begint de Pakistaanse weg. Het Pakistaanse gedeelte is fraai geasfalteerd en ziet er goed uit. Dit houdt trouwens een paar kilometer verder weer op.


Het landschap is onbeschrijfelijk imponerend en ruig. Ook wel koud trouwens. Hier voel ik me een onbeduidend stipje in een reusachtig landschap in wit, grijs, geel en dan dat blauwe erboven. De weg slingert eindeloos langs beekjes en ravijnen, en het perspectief raakt soms wel eens kwijt. Een rotsblokje in de verte blijkt honderden meters hoog als je erlangs rijdt, een likje sneeuw langs een top blijkt groot genoeg om een volwassen skipiste te herbergen. Gaandeweg wordt de spelonk waar we doorheen rijden breder, en wordt een vallei. Mijn ogen worden gevangen door al die grote muren van hellingen en rotsen, en het lijkt of we helemaal niet vooruit komen. Totdat ik naar beneden kijk en de bus rakelings langs diepe kloven zie schieten. Het water beneden lijkt soms te kolken en te koken, andere keren lijkt het te kabbelen. Het water is onze leidraad, we blijven voornamelijk stroompjes, beken, en rivieren stroomafwaarts volgen.

De vallei wordt nog breder, en ik zie een kudde schapen, met een herder vlak langs de weg. Dan stopt de bus in iets wat je met fantasie een dorpje kunt noemen. Daar is ook de douane. Een statige man, met een blik als Ayatollah Khomeini die je zelf al je bagage minutieus laat uitpakken terwijl hij op een stoeltje zit. Pakistan is drooggelegd, alcohol is nadrukkelijk verboden. Kijk, daar komen twee flessen uit mijn rugzak. Een fles Mao Tai (een chinees soort bocht, maar wel 50%) en een fles Blandy (ja inderdaad, chinezen kunnen de r niet zeggen: brandy). Wat is dat?, vraagt de man. Lijkt me duidelijk. Ik wil hem er wel eentje geven, maar daar gaat hij niet op in. Donder maar op, schijnt hij te zeggen. Nou, dat was wel zweten.

Naast het douane-gebouw staat een restaurantje. Het ziet er meteen uitnodigend uit, waar je in China jezelf soms wel eens over de drempel moet helpen. De kelner komt uit zichzelf naar ons toe (dat ken ik ook niet uit China), en geeft (jawel) een menukaart in het engels. Zijn dollars ok? Natuurlijk. Ik bestel dal en chappati. Nadat hij de bestelling op nam, ging hij richting keuken, draait zich om en vraagt of ik er nog iets bij wil drinken. Cola. Zo'n ongekend goede service heb ik lang niet gezien, en het eten smaakt uitstekend.


Later rijdt het busje door een groene vallei, en ik zie in de verte een imponerend kasteel: Karimabad. Daar is ook een overnachting. De volgende ochtend gaat het busje leeg verder naar Islamabad, iedereen wil hier wel een paar dagen blijven. Karimabad is een dorpje tegen een helling, en boven op die helling staat het kasteel, 1000 jaar oud. Een eind verderop staat nog een kasteel. De bevolking is erg aardig, en ze spreken engels. Mooie, trotse mensen.

Een paar dagen later, na flink rondgeklauterd te hebben in kastelen en hellingen, en de fles Blandy leeg (waar je in een drooggelegd land veel vrienden mee maakt), met een aantal mensen een gids gehuurd om naar een grote gletsjer te gaan. Met een jeep tot aan de voet van de berg, en dan omhoog, he? Vele uren later kijken we vanaf de hoogte naar die geweldige gletsjer, precies een grote witte snelweg met een vluchtstrook in het midden. Aan de helling zijn twee hutjes geplakt, waarin een vriendelijke herder ons uitnodigt op wat water. Precies wat ik nodig had. Ik vraag aan de gids of het ook mogelijk is omlaag te gaan, dichterbij de gletsjer. Er ligt zo'n mooi meertje bovenop, in een lichtblauwe kleur. Geen probleem, zegt de twaalfjarige knaap (meer ervaren gidsen waren duurder). Er is zelfs een pad terug vlak langs de gletsjer. Het begin van de afdaling valt mee, maar meer naar beneden wordt het steiler en steiler. Levensgevaarlijk zelfs met een paar onbehouwen toeristen boven je die stenen en keien lostrappen, die vervolgens langs je oren suizen. Zo'n honderd meter boven het ijs wordt het echt link.


De gletsjer bestaat uit heel venijnig uitziende scherpe blauwe kegels en messen van ijs, en ze lijken allemaal 'kom toch dichterbij' te roepen met veel gevoel voor venijn (foto) . Het meertje op de gletsjer kunnen we duidelijk vergeten. Het pad waar de jongen het over had lijkt meer op een spoor van een verdwaalde geit. De hellingshoek van de wanden wordt ook steeds steiler, zo'n 60 a 70 graden op sommige plekken. Dan is ook het spoor weg. Iemand heeft met de hand een soort 'voetstapjes' gemaakt in het rulle zand dat zo gemakkelijk naar beneden rolt. Elke halve meter een voetstapje, als een soort nisje aan de wand. Tegen die wand gekluisterd doe ik echt mijn best, maar dan zie ik dat er een paar voetstapjes missen. Die heeft de gids vast weggetrapt, want die loopt honderden meters verderop. Zonder voetstapje voor me, besluit ik terug te gaan. Desnoods klim ik de hele berg weer op, en zal zeker niet voor zonsopgang thuis zijn, maar dit is te gek. Helaas heb ik zelf een paar voetstapjes achter me weggetrapt. Terug kan niet. Ik weet nu heel zeker dat dit mijn einde is, cursum perficio, en ik zie beneden de scherpe ijsspietsen op mij wachten. Als de zaak gaat glijden moet ik niet vergeten mijn vingers en nagels in het zand te steken. Die rots halverwege de weg naar beneden zal ik gemeen kunnen raken. Nee, vanaf daar kom je echt niet terug.

Met de moed der zuivere wanhoop ren ik over het steile zand en kom, tegen alle verwachtingen in, aan op een beter stukje. Daarachter wacht me nog zo'n honderd meter pure uitdaging. Dan maar door ook, tot zover waren God, Allah en Shiwa me genadig. Ik overleef het, op kom weer op een echt pad. Van pure stress begin ik te janken. Ook traantjes van geluk dat ik het toch gehaald heb. Een klein oud vrouwtje komt mijn kant op, en geeft me uit medelijden een paar gedroogde abrikozen. Ze vervolgt haar weg, inderdaad over de voetstapjes die ik zojuist beschreven heb. Jammer dat die Blandy op is. Veel later, als ik dit aan enkele vrienden en bekenden vertel, zeggen ze me dat het moedig van me is om mijn tranen en angsten aan hen toe te geven. In plaats van in te gaan op mijn bijna-dood ervaring. Ook in eigen land kun je je soms verbazen.


Later ga ik met twee toeristen naar Gilgit, een provinciestadje meer naar het zuiden. Weer zo'n prachtig stadje, hoewel deze iets heeft van een garnizoensstad. Volgens de lokale bevolking heeft Gilgit de langste touwbrug ter wereld (foto) , en inderdaad is dit geen kleintje. Ik vertel mijn twee maten (een pasgetrouwde nederlandse met haar belg) dat ik heb gelezen dat je hier een jeep kan huren, en in drie dagen van hier, dwars door de Himalaya, naar Chitral (foto) aan de andere kant van Pakistan kan komen. Dat lijkt een goed plan. Voor een honderd dollar per persoon wil een chauffeur ons met zijn jeep wel naar de andere kant brengen. We moeten wel veel eten inslaan, want er is niet zoveel te krijgen onderweg. Er zijn wel een paar dorpjes, maar daar is gewoon niks. Hier begint een tocht die ik iedereen kan aanraden, en zelf later ook opnieuw gedaan heb, samen met mijn vrouw en een goede vriend van me.


De chauffeur adviseert om nog even een paar sjalen te kopen, die we als monddoeken kunnen gebruiken tegen het stof. Nu begin ik er echt zin in te krijgen. Verder een paar vishaakjes om voor het diner te kunnen zorgen. Yes! Het wordt een lange, wilde tocht. We duiken meteen de bergen in, en die worden gaandeweg alleen nog maar grootser, hoger en desolater. Unbef*ckinglievable. Motor af bij afdalingen, plankgas de volgende helling weer op, claxon aan omdat je achter die heuvel niet kunt zien wat er aan komt. Langs enkele spaarzame akkertjes, langs ijskoude meertjes, door een enkel dorpje waar nauwelijks leven te zien is (foto) . Behalve de checkposts, waar soldaten ons het gastenboek laten tekenen. Veel toeristen tekenen met 'Santa Claus', 'Aboninable Snowman' etc. etc. Die mensen staan er niet bij stil dat deze gegevens ook gebruikt worden bij reddingsacties en repatriëring van overblijfsels. Een aantal jaren later is mijn vrouw de eerste Boliviaanse die hier ooit geweest is, volgens het gastenboek. Toch een eer.

We slapen eerst in het huis van een notabel, dan in een school/ziekenhuis, en dan bij een familie. Onderwijl klimmen we meer en meer, tot de sneeuwgrens, met yaks in Pakistan. Dit moet je echt zien.


Bij Peshawar (foto) , een mooie stad ten zuiden van de Himalaya, ligt het dorpje Darra. In 1990 is dit het centrum van de wapenproduktie, die via Peshawar over de Khyberpass de Taliban bewapend in het aangrenzende Afghanistan. Een waanzinnig dorpje, de ene wapenwinkel naast de andere, elk met mooi beschilderde uithangborden in Indiase stijl, om hun wapens aan te prijzen. Een hardnekkige wapenhandelaar probeert me nog een enkelschots pistool-balpen te slijten. Mijn grootste vijand is mijn huurbaas, maar het geschil met hem kan ik misschien beter regelen via de huurcommissie. Ik slenter in Darra wat rond, en hoor opeens een mitrailleur salvo. Ik draai me om en zie een man met een Afghaanse tulband tevreden kijken naar de koopwaar in zijn hand. Ik slenter verder, en wordt uitgenodigd in een werkplaats (foto) . Hier maakt men Russische pistolen, wil ik er misschien eentje proberen. Uiteraard. Ik moet alleen opletten goed te mikken op een bepaalde berg, omdat iedereen in de wijde omtrek weet dat je niet bij die berg moet komen (foto) . Misschien nog een magazijntje AK45 (Kalashnikov), voor slechts 10 dollar? Vergeet het maar. Een bazooka afschieten voor 50 dollar? Veel te duur, hoewel me op het hart gedrukt wordt dat de lanceerder lokaal gemaakt is, maar de munitie in het buitenland gekocht moet worden. Ik weet nu wel zeker dat ik niet die ene bepaalde berg op ga.


In een andere werkplaats zie ik een jongen met een houten hamer, die kogels in schoongemaakte hulzen tjokvol buskruit slaat (foto). Recycling is the name. Ik heb het voorgevoel dat hij niet oud gaat worden. Weer verderop zie in in een andere werkplaats twee jongetjes in een soort schommelstoel bezig de draaiing in de loop voor een Kalashnikov te slijpen. Weer verderop wordt een doek opgetild van een machine, waardoor een soort tractorzitting zichtbaar wordt. Of ik wil plaatsnemen. Het doek gaat er verder af, en ik zit in een dubbelloops .50 luchtafweergeschut. Ondertussen wordt ik voortdurend van thee en koekjes voorzien. Werkelijk overal, terwijl ze kunnen weten dat ik echt geen handgranaten, geweren of bazooka's ga kopen. Het zijn gewoon bijzonder aardige mensen, zonder gekheid. Geen spatje kwaad over hun te zeggen. Je moet alleen niet op die bepaalde berg gaan kamperen.


In Rawalpindi (foto)begin ik me te vervelen. Ik eet regelmatig in 5sterren hotels (volledige buffets voor 15 gulden, orientaals en westers. Ik slaap in redelijk basic hotels, zonder airco om niet zoveel last te hebben bij het verlaten van het hotel. De spanning, het gevecht om te overleven zoals ik kende in China, bestaat hier niet. Ik wil een treinkaartje en ik krijg een treinkaartje, zonder tegenstand. Alles in het engels, vriendelijke, aardige en vooral behulpzame mensen, ik heb gewoon wat uitdaging nodig. Nu neem ik af en toe een biertje in een vijfsterrenhotel, hun non-muslim room is de enige plek waar je drank kan krijgen, en dat voor acht gulden per flesje. Als je gewend bent een maaltijd te krijgen voor 2 gulden, is hier de lol snel vanaf. Op donderdagmiddag ga ik nog wel naar de Australische ambassade in Islamabad, 15 km verderop, omdat men daar dan de thank God it's Friday party / bierfeest houdt (het weekend begint hier al op donderdag middag). Nog even tussendoor, In Rawalpindi kom ik een deen tegen, als kamergenoot in een jeugdherberg, die al twee maanden door Pakistan trekt. Ik herinner me mijn fles Mao Tai, gesmokkeld uit China, en biedt hem een slokje aan. Zijn ogen vallen bijkans uit zijn kassen bij het zien van de fles. Ik snij met een mesje de schroefdop open, en als je ervaring hebt met buitenlandse flessen weet je precies wat ik bedoel, anders kan de fles nooit meer dicht. Ik zet de geopende fles op een tafeltje, en die Deense lul loopt daar tegenaan. Tsjak, fles op de grond. In duizend stukjes, geen druppel te recyclen. De pure teleurstelling is moeilijk te bevatten. De kamer stinkt nu geweldig naar Mai Tai, een geur die het midden houdt tussen kerosine en bedorven uitgelopen aardappelen. Geen gekheid. Die nacht bleek trouwens de eerste en enige nacht zonder muskieten of knut (kleine vliegende bijt-beestjes).


Maar terug naar mijn verhaal. Ik besluit een non-muslim verklaring aan te vragen, dan kan ik een biertje kopen voor minder dan een gulden, en daar maak je veel vrienden mee. Ik ga naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar moet ik wachten, en wordt dan verwezen naar een andere rij. Daar vraagt men mij om mijn belasting-bewijs. Ik moet voor vijf gulden nog een afdracht doen, bij een bank in de stad. Ok, geen punt, en ik voel me weer bijna in China. Bij de bank is er een klein luikje, en daarachter zit de orthodoxe broer van Khomeini. Die wijst me op de gevaren van 'intoxicating liquor', waarop ik antwoord dat ik wel van uitdagingen houd. Meneer kan geen grapjes waarderen, en ik krijg nog meer zedenpreken. Uit ervaring herhaal ik gewoon mijn verzoek, opnieuw en opnieuw. Hij accepteert mijn geld en ik krijg het bewijsje wat ik nodig heb. Onderhand is het ministerie van Binnenlandse Zaken gesloten. De volgende dag ga ik verder met mijn queeste. Ik kom op het ministerie een diplomaat uit Angola tegen, met hetzelfde doel als ik. Als ervaren consultant leg ik hem de route uit. Na veel wachten wordt mij verzocht om een kopie van mijn paspoort. Ik ga dan naar de markt, waar ik een handgeschilderde reclame van Xerox gezien heb. Ik moet even wachten tot er een andere klant komt die ook een klein papiertje wil kopiëren. Mijn paspoort en zijn papiertje gaan op de plaat, en de servicemanager scheurt geroutineerd het A4-tje in tweeën. Efficiency is his middle name, en ik heb mijn kopietje nu. Weer naar het ministerie. Na wat wachten wordt ik uitgenodigd in een kamer waar ik nog niet geweest ben. Daar zit een soort Don Corleone, met drie adviseurs achter en rondom hem. Ook hij stelt me een paar strikvragen die ik foutloos beantwoord. Een hulpje maakt wat aantekeningen in mijn paspoort, een andere vult een formulier in, en Don Corleone ondertekent het formulier. Ik heb nu recht op vijftig flessen bier per maand, of vijf flessen whisky, of een combinatie hiervan. Het volgnummer van het formulier is bijgeschreven in mijn paspoort, naast mijn Pakistaanse visum. Je beseft het misschien niet, maar je leest hier wel de website van iemand die 'licenced to drink' is, best wel uniek.


Met dit welverdiende document ga ik naar het vijfsterrenhotel. In een onaantrekkelijke kelder is een balie die tussen 19:00 en 19:15 open is, om drank te kopen voor non-muslims. Ik verbaas me niet eens dat de balie gesloten blijft. Ik maak wat stennis bij de receptie over dit onbehoorlijke discriminerende gedrag, en de floormanager die afkomt op het kabaal wat residenten zou kunnen afschrikken, belooft beterschap. De volgende dag ben ik er weer, en ruim van tevoren verwittig ik de receptie van mijn komst en doel, refererend aan de naam en belofte van de floormanager. Ik krijg mijn drank in de kelder. Het bier en de whisky worden in kranten gewikkeld, om geen rinkelende geluiden op straat te geven. Er wordt me ook verstaan gegeven dat ik in geen geval mijn rugzak op straat mag uitpakken, op straffe van gevangenis wegens aanstootgevend gedrag. Verder valt me op dat ik ook vandaag de enige ben die gebruik maakt van de non-muslim service. In de jeugdherberg richt ik een bacchanaal aan met andere backpackers, discreet op een slaapzaal om geen aanstoot te geven. De volgende ochtend zie ik dat het bier en de single malt whisky gebrouwen is in Murree, Rawalpindi, Pakistan. Hypocrieten.



Na Pakistan is mijn geld op, en na een half jaar rondreizen ook mijn tolerantie om absoluut geen privacy te hebben. Een aantal jaren later kom ik weer terug, met mijn vrouw en mijn vriend Peter. Mijn vrouw gaat in haar eentje nog drie weken naar India.

Ik vind Pakistan zo mooi, dat ik mijn complete foto-album op mijn site heb gezet. (wel een beetje traag)

<< vorige pagina
volgende pagina >>

Pakistan


I ve been three times in Pakistan. The First time for two weeks, as part of a travel from London to Kathmandu with Encounter Overland. The second time for a month, as part of a journey from Indonesia, Singapore, Malaysia, Thailand, Hong Kong, China and Pakistan. The last time for four weeks to the Himalayas in the north.

Music


Anecdote

I arrived in Pakistan from China, via the Karakoram highway over the Khunjerab pass (4780 mtr, the highest borders in the world. The mountains are really breathtaking.
In my opinion these mountains are much steeper than the ones in Nepal, and about the same height. To see the sky, you really need to look straight up, and then you can see some deep blue sky between ultra white snow on the peaks. The road is blown through the mountains by the Chinese, with loads of dynamite. In the middle there s a weird plain green field, with rocks of snow scattered around. That s were China ends and Pakistan begins. The Pakistani highway looks as though it s made just recently, but that impression ends a few mile further down.


The landscape is immense, impressive and barren. Also kind of chilly. I feel like a miniscule dot in a monstrous landscape in white, gray, yellow and deep blue on top. The road bends for ages between streams and rivers, and the perspective is starting to fade. A small rock in the distance appears to be hundreds of meters when you pass it, and a touch of snow appears to be the size of a full size ski piste. The cavern through which we descend is getting wider and wider, and turns into a valley. I look at the walls of these mountains, and it looks like we re not making any progress at all. Only when you look down, you can see the bus dangerously flying over the road, allowing you to stare in the deep for just a few seconds. Sometimes the water down there seems to ripple, sometimes it looks like it s boiling. We follow the water as it goes down in flows, streams and rivers.

The valley widens up, and I see a flock of sheep with a shepherd. Then the bus stops at a hamlet, with the customs checkpoint. There a men with a face like Ayatollah Khomeini had me check my luggage, whilst he was sitting comfortably. Pakistan is made dry, no alcohol whatsoever. Look, two bottles hidden in my backpack. The man frowned when I replied to his question what those were: A bottle of Mao Tai ( a Chinese kind of hard liquor, 50 % vol) and a bottle of Blandy (yes indeed, the Chinese can t pronounce the r as in brandy). Does he want one, I offered to no use. Piss off, he seemed to say. Ok, but that was a close one.

Next to the customs checkpoint there was a little restaurant. It looked appealing, whilst I couldn t say that about many restaurants I ve visited in China. The waiter didn t need my attention, he came all by himself. Amazing. Then he offered a menu by himself, in English. Can I pay in dollars? Yes, sure. So I ordered dal and chappati. After taking the order, he went to the kitchen, turned around and asked me if I wanted to drink something. All by himself. How unlike three long months in China.
What a splendid place, and the food was great. I felt in heaven.


Later on the bus continued through green valleys, and in a distance I noticed an impressive castle, Karimabad, way up in the mountains. We spent the night in a village nearby.
The next day the bus continued completely empty, as all tourists wanted to check out that castle. 1000 years old, once the stronghold of a rich empire controlling the path between China and former India, also known as the southern silk road. The villagers speak English, and they re a proud and noble people.

A few day later my bottle of Blandy is empty (with which you get a lot of friends in a country that s made dry). After climbing around in the neighbourhood, I hired a local guide, together with some other tourists, to visit a great glacier. To the start by jeep, and then up. Many, many hours later we looked down from high altitude towards this magnificent glacier, which resembled a white highway with a shoulder in the middle.
Even more up, I noticed two little shacks, glued to the wall. A very friendly shepherd invited us for some water and tea. Exactly what I needed. Great guy, it was just his rifle that looked odd.


We asked the guide if it was possible to go down to the glacier, towards that beautiful light blue lake in the middle. Yeah, no problem, said this twelve year old dude (more experienced guides were much more expensive). There s even a path going back, near the glacier. The start of the descend wasn t too steep, but the more you go down, the tougher it gets. Quite dangerous with inexperienced tourist above you, kicking loose all sizes of stones which make this strange whoosh sound when they pass your ears.
Reaching about 100 meters above the glacier, it became more difficult. The path was quite steep, and below I could see that the glacier was covered with giant spikes in shades of blue, and razor sharp spines, which all seemed to whisper come nearer , with a creepy sense of humour. We could forget about the little lake.

We could forget about the path, too, as there was no path. Someone made some kind of footsteps by hand against a vertical wall. Bend down, and shift a bit of loose sand down till it forms a small plateau, on which toy can put one foot. At the new position, do the same. The sand is pretty loose, the wall is quite steep, to 70%, and it s hundreds of meters down.

I used the little footsteps to move on, and tried not to focus on the inviting glacier. Halfway I noticed the next footstep was missing. Could have been the guide s fault, as he was running ahead for hundreds of meters. To continue would be madness, and I decided to go back, climb up the mountain till the track, and probably arrive then next morning. When I looked back, I noticed to my horror that I destroyed the footstep behind me. Here I was, stuck to the wall, not able to go forwards or backwards.
I was very much aware that this was my end, cursum perficio, goodbye to all that, and I saw the inviting spikes of ice, about hundred meters below, patiently waiting for me. In case the sand would shove down together with me, I should remember to put my fingers and nails into the soft sand as kind of a brake. And I should avoid to hit that rock about half way down. And that part of the slope is definitely a no go.

I tried not to panic, and in despair I ran over the steep sand wall. Against all odds I arrived at a more comfortable place. Behind that there was another stretch of some few hundred meters of pure mountaineering excitement. So far, so good, and I continued over that as well. God, Allah and Shiva were merciful, I survived and arrived at a proper track with a width of at least fifteen luxurious centimetres.
My eyes filled up and I started crying from stress, and also a tear of happiness, I should add. Then I spotted an old lady coming my way. Out of pity, she gave me some dried apricots, and continued her way, straight over the ramp which nearly killed me. Too bad my Blandy was finished. Much later at home, when I told my friends about this, they thought me to be courageous to admit my tears to them, rather than supporting me in my near death experience. Also in your own country you can be amazed by local habits.
Google-earth can check this place by clicking here.


Later I went to Gilgit, a local town, with two fellow tourists. Gilgit was a beautiful place, with a touch of a garrison city. According to the locals it has the longest suspension bridge in the world, and for sure it wasn t a small one. I told my two companions that I read about this excursion by jeep, organized in Gilgit. In three days going to Chitral in the west site of Pakistan, over and through high passes straight through the rough part of the Himalayas.
They loved the plan, and we got a jeep with driver for 100 US $ each, which isn t much for that excitement, really. We had to buy lots of food, as there wasn t much to get on the track. There would be some villages, but extremely poor, without anything. So here we started an excursion which I can recommend to everyone.


The driver advised us to buy some shawls and keep them to cover our mouths, to protect against the dust. And buy some fishing hooks, to supply us with dinner. Just those advises made me eager to start. Yes! A long wild journey. We immediately entered a small valley with huge mountains, which became higher and more desolate the more we drove. Unbef*ckinglievably beautiful. Engine off at descends to reduce gasoline consumption, full speed up on the next ramp while horning, as there was no way to predict what was coming from around the bend. Nothing, hopefully, as these tracks don t really allow anyone to take over. We passed some poor fields where nothing seemed to grow, we passed some ice cold lakes, and some hamlets where there was hardly anyone. One hamlet even had a restaurant, as basic as it gets. They already prepared some food, soup with mildly spiced dall, and the choice was to eat it or not. Great folks. We also passed several check points, where soldiers made us sign the guest book. Many tourists signed with Santa Claus , Aboninable Snowman etc. etc, which isn t too smart as the main reason for signing is to assist with rescue operations. A few years later my wife turned out to be the first Bolivian ever driving through these mountains.

The first night we slept in the house of a noble man, the second in a school annex hospital, and the third at a family of farmers. Meanwhile we ascended till snow level, and saw yaks grazing in this desolate and magnificent landscape. You really should check this out. Rough terrain, great mountains, full gas when climbing, whilst pulling the horn as you can't see what's around the next bend. Descend in neutral to save gas. Occasionally a small village with close to nothing
The last day we had to change a tyre, and a few hours later the driver discovered his bag with personal belongings was missing. To his amazement we agreed to go back. After an hour we met another truck, and our driver shouted something at them. They gave him the bag they found on the road. Another happy camper.


Much later, near the beautiful town of Peshawar, there s this village called Darra. In 1990 this was the center of weapon production, to supply the Taliban with a range of weapons, being transported from Peshawar to Afghanistan over the famous Khyber pass. A spectacular village, one weapon smith next to another, with beautiful billboard in Indian style, to advertise their merchandise.
A persistent arms trader tried to sell me a one shot pencil gun. My biggest enemy was my landlord, but to settle our dispute I d rather use our legal system. I walked around a bit, and heard a burst of machine gun fire. I turned around and saw a man with an afghan turban, adoring his merchandise. I continued and was invited at a blacksmith. They made their own Russian pistols. Do I want to try one, for free?. For sure. I only had to make sure that I aimed at a certain mountain. Any local knew not to climb that mountain. Was I interested in a round with an AK45 (Kalashnikov), for only 10 US$ ? Forget it. Try a bazooka for 50 US$ ? I was tempted, but refused, as this was way too expensive. They explained that whilst they make the launcher, all rockets needed to be imported. At least I discovered to definitely not climb that particular mountain.


At another blacksmith I noticed a boy with a wooden hammer, hitting bullets in cartridges loaded with gunpowder. Recycling is the name. I ve got this feeling he won t get old, as one spark would ignite some hundred open cartridges with gunpowder, with a penetrating impact on his face. At another blacksmith I saw two boys in a kind of rock chair, polishing a twist in the barrel of a gun, to give the bullet a spin. Somewhere else they lifted the cover of a big machine, revealing some kind of tractor seat. It turned out to be an anti aircraft artillery with two .50 machine guns. Care for a ride? In the mean time I was offered lots of tea with biscuits from these very friendly people. No kidding, these guys were very hospitable and treated me as a king, whilst knowing that I would definitely not buy any hand grenades, guns or bazookas. Great people, they didn t bother about politics or religion. It s just that you shouldn t camp at a certain mountain.




Back in Rawalpindi, a nice big city near Islamabad, I started to get bored. No more excursions planned, and all the tension from China was over, for example if I wanted to buy a ticket I actually got one without a hassle or resistance. Everybody spoke English. The people were friendly, proud, helpful and nice. Frequently I had dinner in 5 star hotels, where they served full buffets in oriental style and western style for about 7 US$. Of course I didn t lodge there, I preferred rock bottom hotels without airco, as these give you a cold whack in the face when you enter, and a hot one when you go out. A fan does the trick. In such a small hotel I met someone from Denmark, to sleep in the same dormitory. His eyes nearly popped out when I showed my bottle of Mao Tai, smuggled from China. I cut the metal top before unscrewing it. In third world countries this is common sense, as you won t be able to close it up once the fragile screw in the top is damaged. I place the bottle on the table, and this Danish fool tripped. The bottle fell on the floor and broke into a thousand pieces, no drop to recycle. It s hard to imagine the disappointment. The room got filled with a stench of Mao Tai, which is something between kerosene and spoiled potatoes. No kidding. That night turned out to be the only night without these dreadful knut, small biting insects.

In the 5 star hotels they also serve beer, but as I mentioned, Pakistan is made dry, no alcohol. Big hotels have non-muslim rooms, where they serve beer at outrageous prices to the infidel. On Thursday I went to the Australian embassy, to celebrate the thank god it s Friday party and get some beer. Indeed the weekend starts on Thursday.


Because I was so bored, missing challenges, I decided to get a non-muslim declaration, by which I could buy a limited amount of beer in the 5 star hotel, at local rate. So I went to the ministry of interior. There I had to wait and wait, only to be referred to another queue. Man, I felt like back in China. Finally they asked for my tax certificate. I had to buy one at a bank in the center. No worries. At the bank there was this brother of Ayatollah Khomeini, explaining me extensionally on the potential dangers of intoxicating liquor. Me like danger. The man had no sense of homour, and gave me more lectures. I just repeated my request over and over again, and he finally gave in. I got my tax certificate. With this I returned to the ministry of interior, which was closed by now. The next day I continued my quest, and informed a diplomat from Angola with the same quest how the procedure worked. Again waiting and waiting, and was then asked to supply a copy of my passport. I went to the local market, where I ve spotted an Indian style billboard with a Xerox machine. There I had to wait for another customer who also wanted a copy. My passport and his paper went on the glass, and a copy was made. The operator tore the A4 copy apart, and gave my half to me. Efficiency was his middle name. With this I returned to the ministry, where I finally was invited to a room where a Don Corleone type was surrounded by capos. He also had some trick questions which I knew how to answer, one assistant made some notes in my passport, and another filled in a form. Don Corleone signed it, and now I was officially licensed to buy 50 bottles of beer a month, 5 bottles of whiskey or a combination of these. The number of this form was written down in my passport. You won t realize it, but you re reading the homepage of someone licensed to drink.


With this well deserved document I went to the 5 star hotel. In an unappetizing cellar there was a desk which opened between 19:00 and 19:15, to sell alcohol to non-muslims. I wasn t even surprised it remained closed. I went to the reception to complain about this discriminating behaviour, and the floor manager promised to do better. The next day I was there again, on time, and again I was the only buyer. Eventually they sold me beer and whiskey at local rate. They were rapped in newspaper, in order not to reveal the content of my daybag to people on the street, by tinkling sounds. I also had to promise not to open the daybag before arriving in my hotel, at penalty of jail for offensive behaviour.

That night I organized a booze party in the dormitory of the hotel, with other backpackers whi wouldn t believe this. The next morning I noticed that the beer and whiskey where made in Murree, Rawalpindi, Pakistan. What a bunch of hypocrites.

After Pakistan I m out of money, and out of tolerance to have no privacy whatsoever, so I returned home after a trip of half a year. A few years later I returned, now with my wife an my good friend Peter.

I like Pakistan that much, that I put my complete photo-album on my website.



<< previous pagina
next pagina >>