Ik ben nu twee keer in Thailand geweest, nou ja, de eerste keer slechts 3 dagen, in 1981. De tweede keer zo'n drie weken, als onderdeel van een reis van een half jaar, van Indonesië, Singapore, Maleisië, Thailand, Hongkong, China en Pakistan, in 1990.
Anekdote
Bij Chiang Rai zit je vlak bij Laos en Cambodja. Dit heet de golden triangle, vanwege de opium die daar verbouwd wordt. De Thai zijn meesters in het organiseren van alles, en dus organiseren ze ook wandeltochten, geoutilleerd voor slome toeristen. Normaal kan ik een dagtocht in hooguit een halve dag, dus dit zal geen probleem zijn. De tocht duurt drie dagen, en bestaat uit het bezoeken van diverse dorpen met verschillende culturen. Overnachtingen in zulke dorpen inbegrepen. Nu is het mijn gewoonte en voornemen om nooit veel te verwachten, omdat dit meestal alleen tot teleurstellingen leidt. Maar dit klinkt als een beroeps rip-off, hoe vaak heb ik niet (volgens advertenties) unieke culturele 'expressies' gezien, waarvan achteraf blijkt dat verschillen met andere 'uitingen' alleen met een elektronenmiscroop kunnen worden waargenomen. Maar vooruit. Enkele andere backpackers hebben goede verhalen, dus laat ik het proberen.
Met enkele jeeps worden we van Chiang Raj naar een riviertje gebracht. Met 'we' bedoel ik dat er vele toeristen deelnamen, en met dat riviertje bedoel ik dat de brug was ingestort, en dat we de rest moesten lopen. Voor een voettocht geen onredelijke eis. De gids is een gezellige persoon. Veel verhalen, veel achtergrond, niet alleen over cultuur en historie, maar ook over zijn eigen leven, en dat van zijn landgenoten. Het klinkt als een behoorlijk wespennest. Veel akkers waar we lopen blijken pas recent te zijn aangelegd. Als je goed kijkt kun je zelfs zien dat dit stukje land hooguit twee jaar geleden nog bos was. En dit stuk is bamboe bos. Pas op, want de bladeren kunnen je gemeen snijden. En uit deze plant kun je drinken, en van de bladeren van deze plant kun je geweldige parapluus maken, en deze vouw je zo tot een zonnehoed. Toch leuk om te weten. Die parapluus kwamen trouwens goed van pas, dit terzijde.
Na een lange, lange, zweterige tocht komen we aan in het eerste dorpje, om daar te overnachten. Een vrij arm dorpje met een agrarische cultuur. 'Toevallig' is er 's avonds juist een ceremonie. De gids vertelt dat dit een dorpje is van de 'Lisu'. Morgen gaan we naar de 'red Lahu' en de 'Karen', en bij Chiang Raj hebben we waarschijnlijk al dorpjes van de 'Khmer' gezien. Hij vertelt over de verschillen, en ik begin te geloven dat het hier om grote verschillen gaat.
De volgende dag gaan we verder, van bergtop naar bergdal en omgekeerd. Zelf probeer ik in de bergen altijd om dezelfde hoogte te houden, zelfs als dit een omweg betekend. Zo niet de gids. Ik ga werkelijk uit mijn dak als ik bij het volgende dorpje een mooie weg zie, geschikt voor jeeps, die uitkomt in het vórige dorpje. Waarom hebben wij die weg niet gevolgd? En waarom volgen wij dan geen hoogtelijnen?
Ik denk zelf ook dat ik wel erg prikkelbaar ben. Daarnaast heb ik zo'n pijn in mijn bek. Mijn mond zit tjokvol blaren, die pijn doen, vooral bij het eten. Nu moet ik iets opbiechten, het was kennelijk de tijd voor de oogst van bananen en ananas. In Indonesië kreeg je die dingen al in je ontbijt, als toetje bij de lunch en verwerkt in het diner. Bananen kwamen mijn strot uit, en ananassen zijn gewoon erg zuur, zeker als je er al honderd gehad hebt. Vanuit mijn aversie, om het woord afkeer niet te gebruiken, kwam ik duidelijk vitamine C tekort, zo concludeerde een Engelse verpleegster in de groep. Dat verklaarde de zweren en pijn in mijn mond, waardoor ik niet eens een banaan kon eten omdat dat pijn deed, en mijn vermoeidheid en bijbehorende sachrijn. Het zal mij ook overkomen, scheurbuik in de tropen. In de dorpen die we bezochten kon ik alleen banaan of ananas krijgen, maar in de eerstvolgende stad zou ik Vitamine C voedingssupplementen moeten kopen. In de dorpen waar we overnachtten bestond het menu (ontbijt of diner) steevast uit rijst, ei en onbestemde groente. Geen vlees, geen kip, maar de rijst was wel erg smakelijk. Bij het scheren snijdt ik me, en de wond blijft open (lymfe) tot mijn eerste vitamine C pil een paar dagen later.
Het volgende dorpje (Red Lahu) is inderdaad erg verschillend met het vorige. Veel armer, geen feest. De vrouwen dragen op hun muts alle zilver uit hun huisraad. De cultuurverschillen zijn inderdaad enorm. Compleet andere kleding, bouwstijl, tradities. De Golden Triangle bestaat echt uit verschillende volkeren. Zie ook de tekst hieronder. Het aardige is dat ik een twee maanden later, in zuid China vlakbij Birma en Laos, soortgelijke verschillende volkeren zie, compleet anders dan de overheersende Han-chinezen.
De gids vertelde me dat een vijftig jaar geleden nog een laatste stam is ontdekt: de 'spirits of the yellow leaves' (de geesten van de gele bladeren). Genoemd naar hun verlaten, vergeelde hutten van bladeren, het enige wat van ze bekend was. Bij het minste onraad verliet deze stam zijn nederzetting en trok verder het bos in. Er zijn nu nog enkele tientallen stamleden in leven.
Na Thailand doorgevlogen naar Hongkong.
I have been to Thailand twice now. The first time for only 3 days, in 1981. The second time for about three weeks, as part of a six-month trip through Indonesia, Singapore, Malaysia, Thailand, Hong Kong, China, and Pakistan, in 1990.
Anecdote
Near Chiang Rai, you are close to Laos and Cambodia. This is called the Golden Triangle because of the opium grown there. The Thais are masters at organizing everything, so they also organize hiking tours, equipped for slow tourists. Normally, I can do a day trip in half a day at most, so this won't be a problem. The tour lasts three days and consists of visiting various villages with different cultures. Overnight stays in such villages are included. Now, it is my habit and intention never to expect too much, because this usually only leads to disappointment. But this sounds like a professional rip-off; how often have I seen (according to advertisements) unique cultural 'expressions' that, in hindsight, turn out to differ from other 'expressions' only with an electron microscope? But anyway. A few other backpackers have good stories, so let me give it a try.
We are taken from Chiang Raj to a small river in a few jeeps. By 'we,' I mean that many tourists participated, and by 'that river,' I mean that the bridge had collapsed, and we had to walk the rest of the way. Not an unreasonable demand for a trek. The guide is a sociable person. Lots of stories, lots of background, not only about culture and history, but also about his own life and that of his compatriots. It sounds like quite a hornet's nest. Many of the fields we walk through turn out to have been laid out only recently. If you look closely, you can even see that this piece of land was forest at most two years ago. And this piece is a bamboo forest. Watch out, because the leaves can cut you viciously. And you can drink from this plant, and you can make amazing umbrellas from the leaves of this plant, and you fold them into a sun hat just like that. Nice to know, isn't it? Those umbrellas came in handy, by the way, just as an aside.
After a long, long, sweaty trek, we arrive at the first village to spend the night. A rather poor village with an agricultural culture. 'Coincidentally,' there is a ceremony taking place that evening. The guide tells us that this is a village of the 'Lisu'. Tomorrow we are going to the 'Red Lahu' and the 'Karen', and near Chiang Raj we have probably already seen villages of the 'Khmer'. He talks about the differences, and I am starting to believe that these are major differences.
The next day we continue, from mountaintop to valley and back again. Personally, I always try to maintain the same altitude in the mountains, even if it means taking a detour. Not so the guide. I really lose my temper when I see a nice road near the next village, suitable for jeeps, that leads back to the *previous* village. Why didn'
t we follow that road? And why don't we follow contour lines?
I also think I am being very irritable. In addition, my mouth hurts so much. My mouth is chock-full of blisters that hurt, especially when eating. Now I have to confess something; apparently, it was the time for the banana and pineapple harvest. In Indonesia, you got those things in your breakfast, as a dessert at lunch, and incorporated into dinner. Bananas were coming out of my throat, and pineapples are just very sour, especially when you've already had a hundred of them. Because of my aversion (not to use the word disgust) I was clearly deficient in vitamin C, an English nurse in the group concluded. That explained the sores and pain in my mouth, which meant I couldn'
t even eat a banana because it hurt, and my fatigue and accompanying grumpiness. It will happen to me too: scurvy in the tropics. In the villages we visited, I could only get bananas or pineapples, but in the next town, I would have to buy Vitamin C supplements. In the villages where we stayed overnight, the menu (breakfast or dinner) invariably consisted of rice, eggs, and some nondescript vegetables. No meat, no chicken, but the rice was very tasty. While shaving, I cut myself, and the wound remained open (lymph) until my first Vitamin C pill a few days later.
The next village (Red Lahu) is indeed very different from the previous one. Much poorer, no festivities. The women wear all the silver from their household goods on their bonnets. The cultural differences are indeed enormous. Completely different clothing, architecture, and traditions. The Golden Triangle truly consists of different peoples. See also the text below. The nice thing is that two months later, in southern China near Burma and Laos, I see similar diverse peoples, completely different from the dominant Han Chinese.
The guide told me that a final tribe was discovered fifty years ago: the 'spirits of the Yellow Leaves'. Named after their abandoned, yellowed huts made of leaves, the only thing known about them. At the slightest sign of danger, this tribe would leave its settlement and move further into the forest. There are now only a few dozen tribe members left alive.
After Thailand, I flew on to Hong Kong.