Zuid China

<< >> To English page


Ik ben maar een keer in China geweest, drie maanden, als onderdeel van een reis van een half jaar, van Indonesië, Singapore, Maleisië, Thailand, Hongkong, China en Pakistan.
Radio

Anekdote

Na Yangshuo, het stadje in een prachtig kars-landschap, ging ik terug naar Guilin, de provincie hoofdstad. Ik hoorde van andere toeristen dat de trein van Guilin naar Kunming (500 km) spectaculair mooi is. Met een stoomlocomotief over een enkelspoor door de bergen, met vele tunnels en afgronden, zigzaggend langs de rand van ravijnen. Een aanrader. Helaas ligt Guilin halvewege het parcour tussen Kanton en Kunming. Het loket personeel legde me uit dat een kaartje verkocht aan toeristen een gegarandeerde zitplaats moet opleveren, terwijl de beschikbare ruimte afhangt van het aantal mensen dat in Guilin uitstapt. Er kunnen per reis maar zes kaartjes verkocht worden aan toeristen. En hoewel het loket om acht uur ´s ochtends open gaat, staan er vanaf zes uur ´s ochtends al de eerste toeristen in de rij. En nu is het twaalf uur. Dit gaat dus niet lukken, en ik ga naar het lokale vliegveld. Daar kan ik nog dezelfde dag met het vliegtuig naar Kunming.


In het vliegtuig ontmoet ik een paar backpackers die ik ook al op het station zag. We willen allemaal door naar Dali (zie hiernaast), een sprookjesachtig stadje aan een prachtig meer, gesticht door Kublai Khan, de zoon van Chengis Khan. ´s Avonds in Kunming gaan we meteen naar de bus stop, en vinden daar een hotelletje. ´s Ochtends om zes uur gaat de bus. Misschien had ik toch nog even in Kunming moeten blijven, want daar bevindt zich het stenen bos, heel vreemde en mooie rotsformaties. Niet gezien dus.

Dali is nog zo´n 300 km verderop, en het is een prachtige tocht. Misschien een beetje krap voor mijn benen, met acht uur te gaan. De chauffeur is zo aardig een cassette van een westerse dame op te zetten, en uit beleefdheid speelt hij de hele cassette met hardrock af, op pittig volume. Daarna neemt hij wraak door een cassette van de Beijing Opera op te zetten. Alle chinezen in de bus kijken verrukt. Booing, . . . boing, boing boing (bekken-geluiden) waarna een aantal zangeressen een bijzonder realistische vertolking geven van straatkatten die gewurgd worden. Het is duidelijk dat ik een handvol nuances mis om dit te kunnen waarderen, en het schiet me te binnen dat die chinezen waarschijnlijk exact hetzelfde hadden met onze hardrock.


Dali (zie hiernaast) is een heel plezierig stadje. Ik ga direct naar een historische massage-salon, waar een doofstomme masseur zorgt dat ik weer recht kan lopen, want die acht uur opgevouwen in een bus hebben me geen goed gedaan. Dan door naar Biguan II. Biguan betekent “hotel”, en twee betekend 2e klasse. Ik neem bijna altijd 2e klasse. Dit hotel heeft slaapzalen die nagenoeg leeg zijn. In China mogen chinezen nooit op dezelfde kamer slapen als westerlingen. Ik bedoel niet mannen bij mannen en vrouwen bij vrouwen, maar letterlijk wat ik zeg. Voor dertig guldencent kan ik overnachten, samen met mijn vrienden de backpackers.

Ook in Dali zijn er etnische minderheden, zoals de bai en de nasi, met heel andere kleren, cultuur en gewoontes. Ze doen me sterk denken aan de hilltribes die ik in noord-Thailand gezien heb, twee maanden geleden, zo´n 400 kilometer verderop.


Met een zweedse backpacker huren we fietsen, en we gaan naar het meer. Een verkeerde afslag en we staan op het middenpleintje van een boer. We willen omdraaien en snel weg gaan, maar de boer gebaart ons te gaan zitten (foto) . We hebben lange gesprekken met handen en voeten, en de boer nodigt ons uit om een boottochtje te maken. We wandelen naar het meer, hij praat met een visser, en we mogen in de boot. De visser blijft aan land, en de boer blijkt geen enkel talent te hebben om de boot te bedienen. We gaan twee meter vooruit, maken een halve bocht, gaan achteruit en komen weer tot stilstand tegen de kade (foto) . Einde show. De visser ligt dubbel, wij ook, en de boer ook. Geen enkel probleem dat het niet gelukt is, er wordt heel spontaan en plezierig omgegaan met iets waarbij ik zelf toch wel wat schaamte zou hebben als ik die boer was.

We lopen verder en gaan naar een grote graanschuur. De boer maakt een paar geheimzinnige bewegingen, en opent dan de deuren. Het blijkt een tempel te zijn, volop in bedrijf met wierook, en een groot gekleurd beeld (foto) . De boer maakt met gebaren duidelijk dat hier hard gevochten is, en dat de vijand de tempel niet als zodanig herkend heeft. Hij refereert aan de revolutionaire garde, die tijdens de culturele revolutie korte metten maakte met alles wat religieus is. Er zijn hier ook vijf doden gevallen, en het waren slechte tijden. Weinig eten. Ongelooflijk toch wat je met handen en voeten kunt uitleggen. We gaan terug naar zijn huis, en de boer nodigt ons uit om te komen eten. Ik kijk even in de pot, en daarin zit witte rijst met rode pepers, en het lijkt me niet veel. Met gebaren maak ik duidelijk dat mijn maag hier niet tegen kan, wat trouwens niet echt waar is. Hij kent gelukkig nog een drankje wat heel goed is en waar veel alcohol in zit, en roept dan zijn dochter. Nu wordt het voor mij nog moeilijker, want ik wil hem helemaal niet op kosten jagen, dat is juist waarom ik maagpijn pretendeerde. Gelukkig kan ik hem tegen houden. De zweed en ik gaan weer naar het hotel. Vlakbij de boer koop ik wat pakken sigaretten, en breng die bij de boer langs (foto) . Wat een geweldige kerel, en waarom zie ik zulke mensen nooit in Nederland?


Later ga ik naar Lijiang, een klein stadje zon´n 200 km verderop, door de bergen. Lijiang heeft prachtige huizen met kolossale gebogen daken (foto). Heel indrukwekkend. Vol met de etnische Nasi, een heel vriendelijk en open volk. Ook daar veel fietsen, onder andere langs het huis van een wereldberoemde dokter . Hij heeft vele gastenboeken, met allerlei nationaliteiten, en ik teken natuurlijk ook.

Een paar dagen later ga ik met een pasgetrouwd Australisch stelletje, een engelsman en twee nederlanders een driedaagse trektocht maken door de Tiger Leaping Gorge. Aan het begin moeten we de Yangtse rivier over, die hier meer dan honderd meter breed is, en wildstromend tussen de bergen (foto) . De veerman is een arrogante eikel, die zijn machtspositie heel goed kent, en pas komt opdagen wanneer het hem uitkomt. Tien dollar per persoon per oversteek is zeer ruim betaald. Helaas is dit de enige manier om bij de Gorge te komen. Hij heeft een grote opblaasbare raft, die hij honderden meters stroomopwaarts trekt. Dan mogen er twee van ons bij, en steekt hij diagonaal over, want de rivier stroomt hier echt hard. Nog een paar keer en hij heeft zijn jaarsalaris er weer op zitten.


De trektocht is fantastisch, en voor het grootste gedeelte makkelijk te doen. Je kunt driehonderd meter steil omlaag kijken, de Yangtse in. Aan de overkant een muur van achthonderd meter, met daarop een paar krassen die volgens de overlevering gemaakt zijn door de klauwen van een kolossale hemelse tijger, die hier uitgleed. Een touriste krijgt bij een afgrond een gevoel van spontane hoogtevrees (foto) . Ze zeurt over de diepte, en ik antwoord mopperend dat er geen probleem is. Als je hier naar beneden kukelt zul je er niets van voelen, want zodra je aankomt zullen je hersens verspreid zijn over minstens tien vierkante meter, ruim voordat pijngewaarwordingen uit je gewrichten doorgegeven kunnen worden. De bitch heeft geen gevoel voor humor.

Op steile hellingen toch nog dorpjes en trapsgewijze akkertjes (foto) . Vriendelijke mensen die hun boerderijtje ook verhuren als bed and breakfast. Dat ontbijt is ei en rijst, met thee. Google-earth gebruikers kunnen deze plek bekijken door hier te dubbelklikken.

Toch kan niet iedereen de omgeving waarderen: aan het eind van de trektocht lopen we door een strafkamp waar men een weg aanlegt met pikhouwelen. We spreken daar stiekem met een leraar die iemand terugsloeg bij een vuistgevecht, maar over een paar jaar gelukkig weer vrijkomt.

Na Lijiang ging ik met bus en trein naar Xi´an .

Naar Boven

Kaart van China
Mijn Google Maps van Azie
Compleet foto-album van China

Naar Homepagina



achtergrond



Subtropical East Central China

Subtropical East Central China is the country’s largest and most populous natural region. It encompasses about a quarter of China’s area and includes three traditional divisions: Central China, South China, and Southwest China. Subtropical China embraces the economically rich Yangtze Valley and stretches west from the Yellow Sea to the southeastern edge of the Tibetan Plateau. The Qin Ling mountains mark the region’s northern border. Administratively, the region includes Shanghai and Chongqing municipalities; Hunan, Hubei, Jiangxi, Zhejiang, Sichuan, and Guizhou provinces; Hong Kong Special Administrative Region; the majority of Guangxi Zhuang Autonomous Region; the southern parts of Jiangsu, Anhui, and Henan provinces; and the northern sections of Fujian, Guangdong, and Yunnan provinces.

The Yangtze Valley consists of a series of basins with fertile alluvial soils. These lowlands are crisscrossed with natural and artificial waterways, and dotted with lakes. To the west is the Sichuan Basin, a relatively isolated area of hilly terrain enclosed by several mountain ranges. The Sichuan Basin is noteworthy for its intensive terraced farming. Further west is the deeply eroded Yunnan Plateau, which is bordered by a series of mountain ranges separated by deep, steep-walled gorges. One of the world’s most scenic landscapes is found in Guizhou and Guangxi Zhuang, where the surface limestone rock has weathered into towering domes, pillarlike peaks, and other unusual shapes. To the east are the largely deforested and severely eroded Nan Ling hills. Along China’s southeastern coast are rugged highlands, where bays with numerous offshore islands provide good natural harbors. Lying south of the Nan Ling hills is the Xi Jiang Basin, a predominantly hilly area with infertile soils. However, fertile, flat-floored alluvial valleys border the numerous rivers of this region. One of the most important is the broad delta plain of the Zhu Jiang (Pearl River), which is sometimes called the Canton delta.

Tropical South China

China’s smallest natural region is Tropical South China. It consists of a thin stretch of land southwest of the Zhu Jiang delta that extends west along the South China Sea and continues along China’s border with Southeast Asia. Tropical South China also includes Hainan Island and other nearby islands. Administratively, the region includes Hainan Province and the far southern portions of Guangdong Province, Guangxi Zhuang Autonomous Region, and Yunnan Province. The distinguishing features of this region are its luxuriant tropical vegetation and warm, humid climate. Mountains and hills characterize the entire region, although they are lower in the east.